|
RASSTANDAARD DE IJSLANDSE
HOND |
| |
Oorsprong:Datum uitgifte van
het origineel:
Gebruik:
FCI-Groep: |
IJsland25 oktober 2000
Herdershond
Groep 5
Keesachtigen en oertypen
Sectie 3 Noordelijke Waak- en Herdershond
Zonder werkkeuring |
| |
| |
| |
KORT HISTORISCH OVERZICHT:
De IJslandse Hond, de enige inheemse hond in IJsland, werd
door de Vikingen die IJsland koloniseerden (874-930) meegebracht. De
hond was voor de boeren onmisbaar bij het drijven en hoeden van de
veestapel en zijn manier van werken heeft zich goed aangepast bij
het landschap, de landbouwontwikkelingen en de harde
levensomstandigheden van de IJslanders door de eeuwen heen.
De laatste decennia is de populariteit van de IJslandse Hond
toegenomen en ondanks zijn kleine populatie denkt men niet dat er
gevaar voor uitsterven is.
|
| |
ALGEMENE VERSCHIJNING :
De IJslandse Herdershond is een Noordelijke Spitshond, iets kleiner
dan middelgroot, met rechtopstaande oren en een gekrulde staart. Van
opzij gezien is de hond rechthoekig; de lichaamslengte vanaf de
schoudertop tot aan het uiteinde van het heupbeen is groter dan de
schofthoogte. De diepte van de borstkas is gelijk aan de lengte van
de voorbenen. Zijn uitdrukking is zacht, intelligent, zelfverzekerd
en veelvuldig lachend. Er zijn twee soorten vachten, lang en kort,
maar in alle gevallen dicht en effectief waterafstotend. Er is een
duidelijk verschil tussen de geslachten.
De IJslandse Hond is van nature waaks en groet bezoekers met
enthousiasme zonder agressief te zijn. Zijn jachtinstinct is zwak.
De IJslandse Hond is vrolijk en vriendelijk, hij is nieuwsgierig,
speels en moedig.
|
| |
HOOFD: Het hoofd is krachtig gebouwd met strakke huid. De
schedel is iets langer dan de snuit. Van boven en opzij gezien is het
hoofd driehoekig.
Schedel: Enigszins gewelfd.
Stop: Duidelijk uitgesproken maar niet steil of hoog.
Neus: Zwart van kleur, behalve bij chocoladebruine en
sommige beige honden.
Snuit: Goed ontwikkeld, tamelijk kort en recht,
gelijkmatig toelopend naar de neus, en vormt van boven zowel als van
opzij gezien een stompe driehoek.
Lippen: Strak aangesloten, zwart, behalve donkerbruin
bij chocoladebruine en crème honden.
Gebit: Volledig schaargebit.
Wangen: Vlak
Ogen: Middelgroot en amandelvormig. Donkerbruin, maar
iets lichter bij chocoladebruine en crème honden. De oogleden moeten
zwart zijn behalve bij chocoladebruine en crème honden.
Oren: Middelgroot, rechtopstaand, en bijna een
gelijkzijdige driehoek. De randen zijn stevig en de top een beetje
afgerond. Zeer beweeglijk, reageren attent op geluid en laten de
gemoedstoestand van de hond goed zien.
|
|
HALS: van gemiddelde lengte, sterk, enigszins gewelfd, huid
strak (droog (zonder enige losse huid)) en het hoofd moet hoog
gedragen worden.
|
|
LICHAAM: Rechthoekig en krachtig. Lengte in verhouding met de
totale verschijning.
Rug: Sterk, gespierd en recht.
Borstkas: Lang en diep met goed gewelfde ribben.
Lendenen: Gespierd en breed
Kruis: Enigszins kort, breed, rond en goed gespierd.
Buik: Licht opgetrokken.
|
| |
STAART: Hoog gedragen en gekruld op de rug. |
| |
BENEN:
VOORBENEN: Van voren gezien moeten de voorbenen recht
zijn, parallel en sterk. Normaal gehoekt.
Schouders: Schuin en gespierd.
Hubertusklauwen: Mogen dubbel zijn.
Voeten: Enigszins ovaal, tenen gewelfd en dicht bij
elkaar gelegen en de voetkussens stevig.
ACHTERBENEN: Van achteren gezien parallel, recht en
sterk. Normaal gehoekt.
Dijen: Breed en goed gespierd.
Hubertusklauwen: Goed ontwikkelde, dubbele
Hubertusklauwen zijn wenselijk.
Voeten: Zie voorbenen.
|
| |
GANGWERK: De hond beweegt zich krachtig, snel en moeiteloos,
en vertoont goed uithoudingsvermogen. |
| |
VACHT: Dubbele vacht (bovenvacht en ondervacht), dik en zeer
waterafstotend. Er zijn twee variëteiten:
*Korthaar: Bovenvacht van gemiddelde lengte en
enigszins hard, ondervacht dicht en zacht. De vacht is korter op het
hoofd, snuit, oren, voorzijde van de benen, maar langer op nek,
hals, schoft, borst, achterzijde van de voorpoten en het
bekkengebied. De staart is dichtbehaard en de lengte van de vacht is
in overeenstemming met de rest van de vacht.
*Langhaar: Bovenvacht is meer dan middellang en
enigszins hard, ondervacht dicht en zacht. De vacht is korter op het
hoofd, snuit, oren en de voorzijde van de benen, maar langer op de
nek, hals, schoft, borst, achterzijde van de voorpoten en het
bekkengebied. De staart is dichtbehaard en de lengte van de vacht is
in overeenstemming met de rest van de vacht.
|
| |
KLEUR: Vele kleuren zijn toegestaan, maar één kleur moet
overheersen. De hoofdkleuren zijn:
· Rood (tan) in vele variëteiten, van lichtrood tot donkerrood.
· Beige (crème).
· Chocolade bruin.
· Grijs.
· Zwart.
Wit gaat altijd samen met de overheersende kleuren. De meest
voorkomende witte markeringen zijn: bles, een deel van het gezicht,
kraag, borst, punt van de staart, en sokken van verschillende
lengten. Het komt vaak voor dat de hoofdkleur lichter is onder de
hond van hals tot staart. Op rode en grijze honden komen zwarte
punten soms voor op de bovenvacht en zelfs hele haren. Zwarte
(driekleur) honden hebben een zwarte vacht, witte markeringen als
bovengenoemd, traditionele markeringen van een van de verschillende
kleuren rood op de wangen, boven de ogen, (wenkbrauwen), en op de
benen. Ook mogen plekken van de bovengenoemde kleuren op een witte
achtergrond (bont). Het is niet wenselijk dat wit de overheersende
kleur is.
|
| |
MAAT: De ideale maat is:
Reuen : 46 cm
Teven : 42 cm |
| |
FOUTEN: Iedere afwijking van bovengenoemde punten is een
fout en moet beoordeeld worden in de juiste verhouding tot de ernst
van de fout.
Een zwarte mantel of een zadel samen met een rode of een grijze
hoofdkleur.
|
| |
ERNSTIGE FOUTEN:
- Geen Hubertusklauwen.
- Gele ogen.
- Ronde en uitpuilende ogen. |
| |
OPMERKING: Reuen moeten twee duidelijk normale testikels
hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald. |
|